Onderzoek

Satanisch ritueel misbruik

Sinds 1980 wordt door een steeds groter wordende groep vrouwen in de Verenigde Staten beweerd dat zij jarenlang in een sata­ni­sche cult ritu­eel zijn misbruikt. Daarbij zouden zij zijn mishan­deld, gemarteld en verkracht, aan orgieën hebben moe­ten deelnemen en gedwongen zijn tot prostitutie, seksueel mis­bruik van kinde­ren, moord en kannibalisme. Veel van dit satanisch ritueel mis­bruik zou op foto, film en video zijn vastgelegd. Verder zouden enkele van deze vrou­wen door de satanis­ten op­zettelijk zwanger zijn gemaakt. Sommige van hun ba­by's zouden tijdens rituelen zijn geofferd aan Satan, terwijl andere ba­by's in leven zouden zijn gelaten om hen van jongsaf via sek­su­eel misbruik, marteling en geeste­lijke en lichamelij­ke mis­hande­ling te kunnen hersen­spoelen tot satanis­ten of om hen la­ter voor cultdoel­einden kinderen te kunnen laten baren. Door­dat de meest invloedrijke satanisten in de cult afkom­stig zou­den zijn uit de hogere maatschappelijke la­gen van de be­vol­king, zouden zij gemakke­lijk toegang hebben kun­nen krijgen tot sleutelpo­sities in onder meer de politiek en de straf­rechts­prak­tijk. Daardoor zouden zij al decennialang, volgens sommi­gen eeuwenlang, ongestoord hun gang kunnen gaan.

Wat deze vrouwen onder­schei­dt van de meeste slachtoffers van seksueel misbruik en ande­re zeden­de­licten, is dat zij zich nooit bewust zijn geweest dat zij in hun jeugd en soms ook daarna nog door satanisten zijn mis­bruikt. Het overgrote deel heeft deze herinne­ringen pas in thera­pie en veelal onder hyp­nose hervonden. Als enkele van hen met hun ver­haal naar buiten treden en de be­hande­lende psychotherapeuten de authen­ticiteit van de hervonden her­inneringen in wetenschappelij­ke artikelen en boeken bevesti­gen, ontstaat het idee dat het bij dit sata­nisch ritu­eel mis­bruik niet gaat om incidentele geval­len, maar om een mis­bruikvorm met een structu­reel karakter. Dit idee wordt opgepikt door de media. Al gauw wordt in en door de me­dia beweerd dat sata­nisch ritueel misbruik wordt ge­pleegd door sata­ni­sche cults, die deel uit­maken van een inter­na­tiona­le on­der­grondse, strak ge­leide en geheime or­gani­satie. Al­leen al in de Vere­nigde Staten zouden deze cults ver­antwoorde­lijk zijn voor meer dan 50.000 men­senof­fers per jaar. Na­dat deze verha­len aan het eind van de jaren '80 ook in Neder­land bekend zijn geworden, wordt enkele jaren la­ter het eerste Ne­der­land­se ge­val van sata­nisch ritueel misbruik ge­meld.

Zowel in de Verenigde Staten als in Nederland is door we­ten­schaps­beoe­fena­ren uit ver­schil­lende disci­plines en door mensen uit de hulpverleningspraktijk en uit de hoek van poli­tie en jus­ti­tie uitge­breid in de media en de we­ten­schap­pelijke litera­tuur gedis­cussi­eerd over satanisch ritueel misbruik en het waarheids­ge­halte van de verha­len van de slachtof­fers. In de Ver­enigde Sta­ten heeft de­ze discussie ge­leid tot een pola­ri­satie met aan de ene kant de gelovers die de slacht­of­fers onvoorwaarde­lijk ge­loven en aan de andere kant de niet-gelo­vers die het be­staan van sata­nisch ri­tu­eel mis­bruik ont­ken­nen. Mede door dit debat is in de loop van de jaren '80 een moderne heksenjacht ontstaan. Tijdens deze satanis­tenjacht zijn tien­duizenden mensen ervan beschuldigd dat zij sa­tanisch ritueel misbruik hebben gepleegd, zijn duizen­den mensen daarvoor daad­werkelijk strafrech­telijk vervolgd en zijn minstens hon­derd van hen veroor­deeld tot jarenlange en soms zelfs levens­lange gevange­nis­straffen. In Ne­der­land is ook een dergelijke dis­cus­sie op gang ge­ko­men, waarbij ook hier het onder­scheid tussen gelo­vers en niet-gelovers kan worden ge­maakt, zij het dat deze discus­sie hier min­der hard is gevoerd, minder ver is doorge­slagen en van veel kor­te­re duur is geweest dan in de Ver­enigde Sta­ten.

In mijn proefschrift ben ik uitgebreid ingegaan op de wijze waarop de dis­cussie over satanisch ritueel misbruik zich in de Ver­enigde Sta­ten en Nederland heeft ontwikkeld. Deze dis­cussie heeft door al­le twijfel over het waar­heids­ge­halte van de ver­halen van de slacht­offers een heel bij­zonder ka­rakter gekre­gen. Er wordt niet of nauwe­lijks ge­dis­cussieerd over de vraag hoe het maat­schappe­lijk probleem sata­nisch ritu­eel mis­bruik op een ef­fectieve en ade­quate wijze kan worden opgelost. Men heeft het veel te druk met het zoe­ken naar het ant­woord op de vraag of er wel een pro­bleem is. Niet de oplossing van het probleem is het voorwerp van discus­sie, maar het fenomeen zelf dat aan het al dan niet reële pro­bleem ten grond­slag ligt. Verder valt op aan dit debat dat de laatste de­cen­nia weliswaar veel over sa­tanisch ri­tueel misbruik is geschre­ven, maar dat die litera­tuur bijna al­tijd betrekking heeft op de ont­wikke­lin­gen op een speci­fiek maat­schappelijk ter­rein, bijvoor­beeld de hulpverle­ning. De li­teratuur waarin wel alle personen en organi­sa­ties die zich vanuit de hulpverle­ning, de media, de poli­tiek en de strafrechts­praktijk in het debat heb­ben gepro­fi­leerd worden be­sproken, gaat alle­maal over de situatie in de Ver­e­nig­de Staten. Tenslotte geldt voor alle mij bekende li­teratuur die tot nu toe in de Ver­enigde Staten, Nederland en an­dere landen over satanisch ritueel misbruik is gepubliceerd dat zij zonder uitzonde­ring is geschreven vanuit een gelovers- of een niet-gelo­versperspec­tief. Blijkbaar is het moreel, maar ook emo­tioneel zo'n beladen kwestie, dat men het zich gewoon­weg niet kan veroor­loven om geen standpunt in te nemen.

Voor zover ik weet is er nog nooit een verge­lij­kende stu­die ge­maakt van de verwikkelingen rond satanisch ritueel mis­bruik in de Ver­enigde Staten en Nederland of enig an­der verge­lijkbaar land. Mijn proefschrift heeft daarin verande­ring ge­bracht, want daarin wordt het debat over sata­nisch ritueel mis­bruik in deze landen beschre­ven, geanaly­seerd en met elkaar vergele­ken. Daarbij ben ik diep­gaand ingegaan op de overeen­kom­sten en ver­schillen in de maat­schap­pelijke, religieuze en poli­tieke struc­tuur van de Verenigde Sta­ten en Nederland, om­dat die structuur tot op zekere hoogte bepa­lend lijkt te zijn voor de manier waarop in deze samenlevin­gen op satanisch ritu­eel mis­bruik en andere morele kwesties wordt ge­reageerd. Ik heb mij niet uitge­sproken over het al dan niet bestaan van het feno­meen satanisch ritueel misbruik zelf, omdat dat voor mijn on­derzoek niet van belang was. Het ging er mij om in­zicht te verschaffen in de redenen waarom mo­rele kwes­ties als satanisch ritueel misbruik in de Verenigde Sta­ten en Nederland zo ver­schillend worden benaderd. Daaren­tegen heb ik mij wel uitlaten over de waarneem­bare gevolgen van de dis­cus­sie, omdat daaruit satanisch ritueel mis­bruik tot maat­schappe­lijk pro­bleem is ge­defi­nieerd: er gaan mensen in thera­pie, er wordt in de media uitgebreid aan­dacht aan be­steed, er worden men­sen straf­rechte­lijk ver­volgd, dus is er kennelijk, los van de au­then­tici­teit van het feno­meen, een 'maat­schap­pelijk' pro­bleem waar­voor op­lossingen worden ge­zocht.

Voor dit onderzoek heb ik de sociale constructiemethode ge­bruikt om het verloop van de discussie over satanisch ritueel misbruik te onderzoeken, analyseren en verklaren. De reden daarvan is dat deze onderzoeksmethode een theo­re­tisch kader biedt waarin het ver­loop van de dis­cussie kan wor­den be­schre­ven en te­gelijk kan wor­den onder­zocht welke facto­ren een be­lang­rijke rol in deze discus­sie heb­ben ge­speeld. Door het definiëringsproces dat aan de discus­sie ten grond­slag ligt te ont­ra­fe­len, ben ik nage­gaan op welke maat­schap­pelijke ter­rei­nen de discus­sie is ge­voerd, of sommige terrei­nen ster­ker in het debat verte­genwoor­digd zijn dan ande­re en welke perso­nen en instan­ties, in de weten­schappelijke literatuur meestal ac­toren genoemd, zich in de discussie heb­ben geprofileerd.

Degenen die de discussie over satanisch ritueel misbruik heb­ben gevolgd, zullen hebben opgemerkt dat zij is en wordt ge­voerd door een beperkt aan­tal acto­ren. Zij vormen een con­stante fac­tor in deze dis­cus­sie. Sommige deelnemers hebben daar welis­waar op per­soon­lijke titel een bijdrage aan geleverd en de omvang van het deelnemers­veld is tijdens de discussie ook niet gelijk gebleven, maar de maatschap­pelijke terreinen waar­uit de deelne­mers afkom­stig zijn, zijn dat wel: de psycho­therapie, de media en de strafrechtspraktijk. Daarnaast heeft het christelijk fundamentalisme een belangrijke rol gespeeld, omdat het wereldbeeld van deze reli­gieuze stroming en dan voor­al haar visie op goed en kwaad heeft bijgedragen aan het ontstaan van een voedingsbodem van­ waaruit ideeën over sata­nisch ritu­eel mis­bruik zich hebben kunnen ontwik­kelen.

Het verloop van de sociale constructie van satanisch ri­tu­eel misbruik heb ik ondergebracht in perioden. Op deze ma­nier is het mogelijk om de ontwikkelingen op de verschillende terreinen in de Vere­nigde Staten en Nederland tegelijk, geïn­te­greerd en chro­nologisch te be­hande­len. Zo wordt ge­leidelijk aan duide­lijk welke ac­toren op de ver­schil­lende terrei­nen het initia­tief hebben geno­men, welke ac­to­ren het verloop van de discus­sie voor een groot deel heb­ben be­paald en wel­ke be­langen daarbij een rol hebben ge­speeld. Bovendien ben ik hier­door be­ter in staat om te laten zien hoe de acto­ren van de ver­schil­lende terreinen el­kaar hebben beïn­vloed, zowel in de Verenigde Staten en Nederland afzonderlijk als in contacten tussen acto­ren van beide landen.

Hoofdstuk 1 en 2 vormen de theoretische basis van mijn proef­schrift. In hoofdstuk 3 komen enkele soortgelijke mo­rele kwesties als satanisch ritueel misbruik aan de orde, die de gemoederen in de Verenigde Staten en Ne­derland in de 20e eeuw regelmatig hebben bezigge­houden, maar waarop in beide landen steeds op dezelfde uiteen­lopende wijze is gereageerd. In hoofd­stuk 4 worden enkele histo­rische ont­wik­ke­lin­gen be­spro­ken, die in be­langrijke mate hebben bijge­dragen aan het ont­staan van ideeën over satanisch ritueel misbruik in de Ver­e­nigde Staten en Neder­land. De hoofd­stukken 5 tot en met 8 ge­ven de in perioden ver­deelde discus­sie over sa­ta­nisch ritu­eel mis­bruik in de Vere­nigde Staten en Ne­der­land weer. In elk van de­ze hoofdstukken wordt stilgestaan bij de meest rele­vante ontwik­ke­lin­gen, de rol van de bovengenoemde actoren daarin en op de be­langen die daarbij op de achtergrond een rol kunnen hebben ge­speeld. Verder wordt uitge­breid inge­gaan op enkele ge­ruchtma­kende (straf)zaken, die grote in­vloed hebben gehad op het verloop van de discus­sie. Denk bijvoorbeeld aan de affaire rond de McMartin Pre-School en de perikelen rond de familie Amirault in de Verenigde Staten en aan het on­tuchtschandaal in Oude Pekela en de Eper incestaf­faire in Nederland. In hoofd­stuk 9 beantwoord ik na de ana­lyse van de socia­le con­struc­tie van satanisch ritu­eel mis­bruik de vraag waar­om juist morele kwes­ties die be­trek­king heb­ben op men­selij­ke zwakhe­den in de Verenig­de Staten en Ne­der­land zo ver­schil­lend worden benaderd. Om dit ver­schil in benadering tus­sen beide landen te kunnen verklaren, ga ik uit­gebreid in op het fenomeen morele paniek, be­spreek ik de maat­schap­pelij­ke, po­litieke en reli­gieuze struc­tuur van beide lan­den en vergelijk ik die met elkaar.

Voor degenen die alvast een idee willen krijgen van de stijl van mijn boek, heb ik hieronder het artikel Massa­hyste­rie in de Vere­nigde Staten en Neder­land: De affaire rond de McMartin Pre-School en het on­tucht­schandaal in Oude Pekela geplaatst dat in 2004 onder redactie van Peter Burger en Wil­lem Koetsenruijter bij de Stichting Neer­landis­tiek Lei­den is verschenen in de symposium­bundel Mediahypes en mo­derne sagen: Sterke verhalen in het nieuws.